Sombere of ongelukkige kinderen zeggen dit vaak als eerste als ze wakker worden
De meeste ouders horen ’s ochtends ongeveer dezelfde dingen. “Waar is mijn broek?”, “Wat eten we?” of misschien meteen een enthousiaste vraag over wat er die dag gaat gebeuren.
Maar soms begint een ochtend opvallend anders.
Je kind wordt wakker, kijkt even om zich heen en vraagt:
“Is het al ochtend?”
Op zichzelf lijkt daar misschien helemaal niets bijzonders aan. Toch kan zo’n vraag, zeker wanneer een kind hem regelmatig stelt en er andere veranderingen in gedrag zijn, een aanleiding zijn om even verder te kijken.
“Is het al ochtend?”
Kinderen die zich niet goed voelen, vertellen dat niet altijd rechtstreeks.
Een kind zegt niet per se: “Ik voel me ongelukkig” of “Ik zit ergens mee.” Vooral jonge kinderen hebben niet altijd de woorden om precies uit te leggen wat er in hun hoofd of lichaam gebeurt.
In plaats daarvan kunnen ze indirect laten merken dat ze tegen de dag opzien.
De vraag “Is het al ochtend?” kan bijvoorbeeld betekenen dat een kind eigenlijk liever nog in bed zou blijven. Misschien ziet het op tegen school, een drukke dag, sociale situaties of iets anders wat die dag gaat gebeuren.
Maar belangrijk: één keer zo’n vraag stellen betekent natuurlijk helemaal niet dat een kind ongelukkig is.
Het gaat vooral om het patroon eromheen.
Sommige kinderen willen ’s ochtends opvallend lang in bed blijven
Een kind dat normaal gesproken meteen uit bed springt, maar ineens iedere ochtend blijft liggen, kan daarmee iets laten zien.
Misschien is het gewoon moe. Kinderen hebben regelmatig periodes waarin ze meer slaap nodig hebben.
Maar wanneer een kind langere tijd weinig enthousiasme toont voor de dag, zich terugtrekt en regelmatig vraagt of het alweer ochtend is, kan het interessant zijn om voorzichtig te vragen hoe het gaat.
Niet met een zwaar gesprek aan het begin van de ochtend, maar bijvoorbeeld tijdens het ontbijt of later op de dag.
Let vooral op wat er daarna gebeurt
De zin zelf vertelt eigenlijk maar weinig.
Veel interessanter is wat er vervolgens gebeurt.
Gaat je kind daarna vrolijk naar beneden en speelt het zoals altijd? Dan hoeft er waarschijnlijk weinig achter te zitten.
Maar wordt het kind steeds stiller, wil het niet ontbijten, trekt het zich terug of probeert het onder afspraken uit te komen? Dan kan dat reden zijn om wat beter op te letten.
Ook veranderingen buiten de ochtend kunnen belangrijk zijn.
Denk bijvoorbeeld aan:
- minder plezier hebben in dingen die het normaal leuk vindt;
- zich vaker terugtrekken;
- sneller huilen of boos worden;
- slechter slapen;
- minder eten of juist opvallend meer eten;
- veel piekeren;
- niet meer graag met vriendjes afspreken;
- regelmatig lichamelijke klachten hebben zonder duidelijke oorzaak.
Geen van deze signalen betekent op zichzelf dat een kind ongelukkig of somber is. Maar een duidelijke verandering in gedrag verdient wel aandacht.
Kinderen zeggen soms iets heel anders dan wat ze voelen
Een van de lastigste dingen voor ouders is dat kinderen hun gevoelens niet altijd rechtstreeks benoemen.
Een kind dat eigenlijk opziet tegen school, kan bijvoorbeeld zeggen:
“Welke dag is het vandaag?”
Een kind dat niet graag alleen naar een bepaalde activiteit gaat, kan vragen:
“Hoe laat ben je weer thuis?”
En een kind dat ergens tegenop ziet, kan ineens heel veel praktische vragen stellen over de dag.
Dat zijn geen bewijzen voor somberheid. Het kunnen ook gewoon vragen van een nieuwsgierig, onzeker of vermoeid kind zijn.
Toch kunnen ze een mooie aanleiding zijn om door te vragen.
Vraag niet meteen: “Ben je ongelukkig?”
Dat kan voor een kind een behoorlijk grote vraag zijn.
Probeer het kleiner te maken.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
“Waar heb je vandaag het meeste zin in?”
Of:
“Is er iets waar je een beetje tegenop ziet?”
Soms komt het antwoord dan vanzelf.
En als je kind zegt dat er niets aan de hand is, hoeft dat niet te betekenen dat je het gesprek moet forceren. Je kunt simpelweg laten weten dat het altijd bij je terechtkan.
Wanneer moet je extra alert zijn?
Iedereen heeft weleens een ochtend waarop hij nergens zin in heeft. Dat geldt ook voor kinderen.
Het wordt belangrijker om goed op te letten wanneer een sombere stemming langer aanhoudt, duidelijk anders is dan normaal voor je kind of samengaat met meerdere veranderingen.
Ook wanneer je kind zelf vertelt dat het zich vaak verdrietig, angstig of ongelukkig voelt, is het verstandig om dat serieus te nemen.
Je kunt dan eerst met je kind praten en eventueel contact opnemen met de huisarts of een andere professional die jullie goed kent.
Eén zin zegt niet alles
Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste.
Een kind dat ’s ochtends vraagt “Is het al ochtend?” hoeft helemaal niet ongelukkig te zijn. Misschien was het gewoon nog slaperig of wilde het nog even in bed blijven.
Maar wanneer een kind die vraag steeds opnieuw stelt en je tegelijkertijd merkt dat het minder plezier heeft, zich terugtrekt of ergens duidelijk tegenop ziet, kan het een klein signaal zijn om niet meteen voorbij te lopen.
Soms begint een gesprek over hoe een kind zich voelt namelijk niet met “Mam, ik ben verdrietig.”
Soms begint het gewoon met een ogenschijnlijk onschuldige vraag.