Onzekere kinderen vragen vaak deze dingen aan hun ouders

21.09.2026 21:18

Onzekerheid bij kinderen ziet er lang niet altijd uit als een kind dat zegt: “Ik ben onzeker.” Sterker nog: kinderen kunnen heel vrolijk, sociaal en mondig overkomen, terwijl ze ondertussen regelmatig twijfelen aan zichzelf.

Soms zit die onzekerheid juist verstopt in kleine, alledaagse vragen die een kind aan zijn ouders stelt. Vragen waar je in eerste instantie misschien helemaal niets achter zoekt.

Een kind dat regelmatig vraagt “Mam, ga jij ook mee?” of “Wat moet ik zeggen?”, kan bijvoorbeeld behoefte hebben aan de veiligheid en bevestiging van een ouder.

Natuurlijk betekent één zo’n vraag niet meteen dat een kind onzeker is. Maar wanneer bepaalde vragen steeds terugkomen, kan het interessant zijn om te kijken wat erachter zit.

“Mam, ga jij ook mee?”

Een kind dat bij alles vraagt of papa of mama meegaat, hoeft niet per se onzeker te zijn. Sommige kinderen zijn simpelweg graag bij hun ouders.

Toch kan deze vraag bij een onzeker kind een andere betekenis hebben. De ouder vormt dan als het ware een veilige basis. Alleen naar een nieuwe plek gaan, ergens binnenlopen of contact maken met andere kinderen kan spannend zijn.

Denk bijvoorbeeld aan een kind dat naar een verjaardagsfeestje moet en vraagt:

“Mam, ga jij ook mee naar binnen?”

Of een kind dat voor het eerst naar een sportclub gaat en liever heeft dat een ouder blijft kijken.

Wanneer een kind zich regelmatig alleen zeker voelt als een ouder in de buurt is, kan dat een teken zijn dat het nog weinig vertrouwen heeft in zichzelf of in een nieuwe situatie.

“Wat moet ik zeggen?”

Dit is misschien wel een van de meest interessante vragen.

Een kind kan precies weten wat het wil vertellen, maar toch niet weten hoe het dat moet zeggen. Bijvoorbeeld wanneer het ergens wil spelen, iemand moet bellen of op een feestje op een ander kind moet afstappen.

“Wat moet ik zeggen?”

Het klinkt onschuldig, maar een kind kan hiermee eigenlijk bedoelen: Wat als ik iets verkeerds zeg? Wat als ze me raar vinden?

Vooral bij sociale situaties kan onzekerheid zich op deze manier uiten. Het kind vraagt dan niet alleen om hulp met woorden, maar ook om bevestiging dat het de situatie goed aanpakt.

“Kun jij het voor mij vragen?”

Ook deze zin kan ouders bekend voorkomen.

Een kind wil bijvoorbeeld weten hoe laat het vriendje naar huis gaat, wil iets vragen aan de juf of wil weten of het mee mag spelen. In plaats van zelf te vragen, kijkt het naar zijn moeder of vader.

“Kun jij het voor mij vragen?”

Dat kan natuurlijk gewoon gemakzucht zijn. Maar wanneer een kind dit structureel doet omdat het zelf geen vraag durft te stellen, kan onzekerheid een rol spelen.

Het kind weet misschien niet zeker wat de reactie zal zijn en kiest daarom voor de veilige oplossing: papa of mama laat het woord doen.

“Mag ik dit aantrekken?”

Bij jonge kinderen kan deze vraag vooral praktisch zijn. Ze willen weten of een bepaalde jurk, broek of trui geschikt is.

Maar bij oudere kinderen kan er iets anders achter zitten.

Een kind dat steeds vraagt “Mag ik dit aantrekken?”, kan namelijk ook bezig zijn met de vraag: Wat zullen anderen hiervan vinden?

Zeker wanneer een kind ineens heel veel waarde gaat hechten aan kleding, uiterlijk of wat klasgenoten dragen, kan de mening van anderen belangrijker worden.

“Vind je dit mooi?”

“Staat dit niet raar?”

“Zal ik dit wel aandoen?”

Het zijn vragen die op zichzelf heel normaal zijn, maar die bij een onzeker kind kunnen wijzen op een sterke behoefte aan bevestiging.

“Vind je dit raar?”

Deze vraag is misschien nog subtieler.

Een kind vertelt bijvoorbeeld iets wat het heeft bedacht, laat een tekening zien of trekt een bijzondere outfit aan en vraagt vervolgens:

“Vind je dit raar?”

Daarmee vraagt het kind niet alleen naar jouw mening. Het kan ook voorzichtig peilen of het veilig is om zichzelf te laten zien.

Is dit normaal? Vind jij dit gek? Zullen anderen dit ook raar vinden?

Vooral wanneer een kind deze vraag vaak stelt voordat het iets nieuws laat zien of vertelt, kan het interessant zijn om daar niet meteen alleen op te antwoorden met “nee hoor”.

Je kunt ook vragen:

“Vind jij het zelf raar?”

Zo geef je het kind de ruimte om te vertellen waar de twijfel vandaan komt.

Niet iedere vraag betekent dat je kind onzeker is

Het is belangrijk om niet iedere behoefte aan bevestiging meteen als onzekerheid te zien. Kinderen stellen nu eenmaal veel vragen en zoeken van nature steun bij hun ouders.

Het gaat vooral om het patroon.

Vraagt je kind voortdurend wat het moet zeggen? Wil het bijna altijd dat jij iets voor hem vraagt? Durft het ergens niet naartoe zonder jou? Of wil het steeds weten of iets niet raar, fout of stom is?

Dan kan het zinvol zijn om verder te kijken.

Geef niet alleen het antwoord, maar ook vertrouwen

Wanneer een kind vaak om bevestiging vraagt, is het verleidelijk om iedere keer direct antwoord te geven.

“Ja hoor, dat kun je gewoon zeggen.”

“Ja, ik ga wel mee.”

“Nee, dat is helemaal niet raar.”

Dat kan op dat moment geruststellen. Maar je kunt een kind ook stap voor stap helpen om meer op zijn eigen oordeel te vertrouwen.

Vraag bijvoorbeeld:

“Wat zou jij zelf willen zeggen?”

Of:

“Wat denk je dat er gebeurt als je het zelf vraagt?”

Zo krijgt een kind niet alleen het antwoord van papa of mama, maar leert het ook steeds beter om zelf een situatie in te schatten.

Want uiteindelijk hoeft een kind niet nooit onzeker te zijn. Het belangrijkste is misschien wel dat het leert dat het iets spannend mag vinden en het tóch zelf kan proberen.

Beeld: iStock