‘Nodig ik een vriendje uit voor het partijtje van mijn zoon terwijl hij andersom niet bij zijn partijtje mag komen?’
De uitnodigingen voor het kinderfeestje liggen al dagen op tafel. Gekleurd papier, stickers, zijn naam in grote letters. Mijn zoon loopt er trots omheen, telt hardop wie er mag komen en wie niet.
En dan noemt hij die ene naam.
Dat jongetje met wie hij graag speelt. Niet zijn allerbeste vriend, maar wel iemand bij wie hij altijd blij wordt.
“Die ook,” zegt hij.
En daar knelt het.
Want mijn zoon mocht daar niet komen
Een paar maanden geleden was het andersom.
Datzelfde jongetje gaf een feestje. Mijn zoon had er al dagen over gepraat. Over het cadeautje. Over wat hij aan zou doen. Over hoe leuk het zou worden.
Tot ik een appje kreeg.
Het feestje was “klein”.
Alleen familie.
Een paar kinderen uit de klas, maar niet iedereen.
Mijn zoon hoorde er niet bij.
Ik zei dat het niet erg was. Dat hij vast een andere keer kon spelen.
Maar ik zag zijn gezicht toen hij het begreep. Dat korte moment van teleurstelling dat kinderen niet kunnen verbergen.
En nu zit ik hier, met die naam in mijn hoofd.
Wat is eerlijk?
Een deel van mij denkt: Waarom zou ik hem uitnodigen als mijn zoon niet welkom was?
Het voelt alsof ik over mezelf heen laat lopen. Alsof ik aardig doe terwijl dat niet wordt teruggegeven.
Maar een ander deel van mij denkt aan mijn kind.
Aan hoe hij speelt.
Aan hoe weinig hij bezig is met “wie eerst” of “wie fout zat”.
Voor hem is het simpel: hij vindt hem leuk. Punt.
Is dit een les of een vergelding?
Ik vraag mezelf af wie ik hier eigenlijk wil beschermen.
Mijn zoon?
Of mijn eigen gevoel?
Want als ik eerlijk ben, zit daar ook gekrenktheid. Een volwassen emotie.
En mijn kind heeft daar niets mee te maken.
Hij wil geen boodschap sturen.
Hij wil een feestje.
Maar wat leert hij als ik iedereen uitnodig?
Leer ik hem dan dat je altijd maar moet geven, ook als je zelf wordt overgeslagen?
Dat je gevoelens inslikt om aardig gevonden te worden?
Of leer ik hem juist dat vriendschap niet gaat over bijhouden wie wat “schuldig” is?
Dat je kunt kiezen voor ruimhartigheid, ook als dat even schuurt?
Ik weet het oprecht niet.
Wat ik uiteindelijk doe
Ik nodig het jongetje uit.
Niet omdat ik vergeten ben wat er gebeurde.
Maar omdat ik niet wil dat mijn zoon feestjes gaat associëren met voorwaarden, met lijstjes in zijn hoofd, met oude teleurstellingen.
Ik zeg hem niet waarom ik twijfelde.
Ik laat het zijn feestje zijn, niet het mijne.
En ja — misschien doet het nog een beetje pijn.
Maar soms is ouderschap kiezen voor het grotere plaatje, zelfs als dat ongemakkelijk voelt.