‘Mijn oudste dochter is stikjaloers op de makkelijke naam van haar zusje’
‘Soms zit jaloezie in de kleinste dingen. Dat ontdekte ik pas echt toen mijn jongste dochter werd geboren en we haar de naam Lily gaven. Kort, zacht, makkelijk. Een naam die iedereen in één keer goed uitspreekt, die op een verjaardagskaartje past zonder dat je moet puzzelen, en die nooit gespeld hoeft te worden.
Mijn oudste dochter, Aranka, keek er anders naar.
Aranka. Haar naam is bijzonder, krachtig en zeldzaam. Toen we die kozen, voelde het als iets unieks, iets eigens. Maar precies dat “unieke” blijkt nu soms een last voor haar. Want waar Lily moeiteloos door het leven lijkt te gaan met haar naam, moet Aranka altijd even uitleggen hoe je het schrijft, hoe je het uitspreekt, en vaak ook waar het vandaan komt.
“Waarom heeft zij zo’n makkelijke naam en ik niet?” vroeg ze me een keer. Niet boos, niet verdrietig, maar oprecht zoekend.
Ik wist even niet wat ik moest zeggen.
Want hoe leg je uit dat we destijds juist zo verliefd waren op haar naam? Dat we uren hebben gepraat, lijstjes hebben gemaakt, en dat Aranka voor ons perfect voelde? Dat haar naam karakter heeft, iets bijzonders uitstraalt? Maar voor haar voelt het soms gewoon… ingewikkeld.
Op school wordt haar naam nog weleens verkeerd uitgesproken. Op sportclubjes schrijven ze hem fout op. En bij nieuwe vriendinnetjes moet ze het altijd even herhalen. Lily daarentegen? Die wordt overal meteen begrepen. Geen vragen, geen gedoe.
Ik zie het gebeuren. Die kleine momenten waarop Aranka zich net iets anders voelt. Alsof haar naam haar nét een stapje achter zet, terwijl Lily zonder moeite overal doorheen glijdt.
Jaloers op de naam van haar zusje
En ergens snap ik haar wel.
In een wereld waarin alles snel en simpel moet, is “anders zijn” niet altijd makkelijk. Zelfs niet als dat “anders” eigenlijk heel mooi is.
Dus probeer ik haar dat ook te laten zien.
Ik vertel haar dat haar naam bijzonder is. Dat niet iedereen zo’n naam heeft. Dat mensen haar onthouden, juist omdat ze Aranka heet. Dat haar naam kracht uitstraalt. En dat “makkelijk” niet altijd hetzelfde is als “beter”.
Soms lijkt het binnen te komen. Soms haalt ze haar schouders op en zegt ze: “Ja, oké.” En soms zucht ze gewoon en zegt ze dat ze liever Lily had geheten.
En eerlijk? Dat mag.
Ze mag dat voelen. Ze mag jaloers zijn. Dat hoort er ook een beetje bij als je opgroeit naast iemand die – in jouw ogen – iets heeft wat jij niet hebt.
Maar diep vanbinnen hoop ik dat ze later anders naar haar naam kijkt. Dat ze gaat zien wat wij al zagen toen we haar naam kozen. Dat Aranka niet ingewikkeld is, maar juist eigen. Sterk. Onvergetelijk.
En misschien, heel misschien, dat Lily haar ooit zegt: “Ik wou dat ik zo’n bijzondere naam had als jij.”
Dan is de cirkel rond.’