‘Mijn kind moet vijf dagen per week naar de bso en ik voel me daar niet schuldig over’

28.12.2025 16:30
vijf dagen bso

‘Ik zeg het tegenwoordig bijna nonchalant. “Hij gaat vijf dagen per week naar de bso.”

En toch zie ik het vaak gebeuren. Die korte stilte. Die blik. Soms een half grapje: “Zo, dat is veel hè?”

Maar nee. Ik voel me er niet schuldig over.

Blijkbaar hoort er bij moederschap een bepaalde rekensom. Hoe meer dagen je kind bij je is, hoe beter je het doet. Hoe minder opvang, hoe groter je liefde. En ergens onderweg is “fulltime bso” een soort stil taboe geworden.

Alsof ik iets moet uitleggen. Of goedpraten.

Maar eerlijk? Ik ga dat niet meer doen.

Mijn kind is daar niet ‘geparkeerd’

De bso is voor mijn kind geen noodoplossing. Geen wachtkamer tot ik eindelijk tijd heb. Het is een plek waar hij speelt, leert, ruziet, lacht en vrienden heeft.

Hij vertelt verhalen over wie hij die dag niet mocht zijn bij het rollenspel, welk spel ineens “verboden” werd en met wie hij stiekem een pact heeft gesloten. Over zijn vriendjes dus.

Dat zijn geen verhalen van een kind dat tekortkomt.

Dat zijn verhalen van een kind dat leeft.

En ja, ik werk. Met aandacht.

Ik werk vijf dagen per week. Niet omdat ik “moet”, maar omdat ik dat wil. Omdat ik daar mezelf ben. Omdat ik daar voldoening uit haal. En omdat ik een moeder ben die ook gewoon een mens is.

Ik geloof niet dat mijn kind beter af is met een uitgebluste moeder die zichzelf voortdurend op de tweede plaats zet. Ik geloof wél in een moeder die ’s avonds misschien minder uren heeft, maar wel echte aandacht.

Schuldgevoel is geen opvoedstrategie

Ik heb lang gedacht dat ik me schuldig hóórde te voelen. Dat het erbij hoorde. Dat het iets zei over hoe betrokken ik was.

Maar schuldgevoel maakt niemand een betere ouder.
Het maakt je alleen onzeker.

Mijn kind voelt niet hoeveel uur ik tel.
Hij voelt of ik er écht ben als ik er ben.

Wat ik wél zie

Ik zie een kind dat zelfstandig is, sociaal sterk is, makkelijk contact maakt en gewend is aan verschillende volwassenen.

En nee, dat is niet alleen dankzij de bso. Maar het is er zeker niet ondanks.

Mijn kind gaat vijf dagen per week naar de bso.
En ik voel me daar niet schuldig over.

Niet omdat ik onverschillig ben.
Maar juist omdat ik bewust kies.

Voor balans.
Voor plezier.
Voor een gezin waarin iedereen mag bestaan — ook ik.

En dat voelt, eindelijk, gewoon goed.’