‘Mijn kind is overduidelijk het lievelingetje van de juf en ik schaam me daar een beetje voor’

19.12.2025 12:04
mijn kind lievelingetje juf

De extra glimlach bij het ophalen. Het knikje. De manier waarop zijn naam nét iets vaker valt dan die van de anderen. De grapjes onderling. Het kleine momentje extra aandacht.

Mijn kind is het lievelingetje van de juf.
En ik weet niet zo goed wat ik daarmee moet.

Trots en schaamte, tegelijk

Laat ik eerlijk zijn: er zit ook trots. Natuurlijk zit die er. Het is fijn als iemand je kind ziet. Als hij opvalt op een goede manier. Als hij blijkbaar makkelijk is, lief, meegaand.

Maar die trots wordt meteen gevolgd door schaamte. Want ergens voelt het… oneerlijk.

Alsof mijn kind iets krijgt wat andere kinderen misschien net zo hard nodig hebben. Alsof ik profiteer van een voorkeursbehandeling waar ik niets voor heb gedaan — behalve een kind krijgen dat blijkbaar goed in de smaak valt.

Ik vraag me af waarom het me zo raakt. Waarom ik me bijna wil verontschuldigen tegenover andere ouders. Waarom ik soms sneller doorloop bij het hek, alsof ik betrapt kan worden.

Misschien omdat ik bang ben dat mensen denken:

“Natuurlijk, háár kind weer.”

“Die krijgt altijd alles cadeau.”

“Dat zal wel zo’n braaf kind zijn.”

En misschien ook omdat ik zelf vroeger niet het lievelingetje was. En weet hoe het voelt om dat wél bij een ander te zien.

Het is niet zijn schuld (en ook niet die van mij)

Mijn kind heeft hier niet om gevraagd.
Hij heeft geen toneelstukje opgevoerd. Hij is gewoon wie hij is.

En de juf is ook maar een mens. Met voorkeuren, klikmomenten, karakters die beter matchen dan anderen. Dat maakt haar geen slechte professional. Dat maakt haar menselijk, ik begrijp het. Maar ik voel me ook soms ongemakkelijk om die moeder te zijn van dat perfecte kind.

Toch voelt het kwetsbaar, omdat school zo’n plek is waar gelijkheid belangrijk zou moeten zijn. Waar elk kind gezien wil worden.

Ik let extra goed op

Sinds ik het zie, let ik scherper op.
Niet om het te ontkennen, maar om te bewaken dat het hem niet vormt.

Ik wil niet dat hij denkt dat hij “meer” is.
Ik wil niet dat hij leert dat aandacht vanzelfsprekend is.
Ik wil dat hij weet dat iedereen ertoe doet, ook als je niet wordt uitgekozen.

Dus ik praat met hem. Over samen spelen. Over ruimte maken. Over anderen laten voorgaan en dat het niet altijd gaat om het mooiste werkje of het snelste klaar zijn.

De ongemakkelijke waarheid

De waarheid is: in elke groep zijn er kinderen die makkelijker liggen dan anderen. Dat was zo op school, dat is zo op werk, en dat zal altijd zo blijven.

Wat we ermee doen, dat is waar het om draait.

Ik leer hem echt dat hij niet altijd de beste is in alles, maar ja… Hij blijft een braaf en zoet kind dat heel graag leert. Ik snap die juf natuurlijk ook wel een beetje…’