‘Mijn 8-jarige zoon heeft in zo’n extreme mate last van ADHD, dat hij ons hele gezin terroriseert. We zijn radeloos’
‘Ik heb die zin al duizend keer in mijn hoofd herhaald voordat ik hem hardop durfde uit te spreken. Want wie zegt zoiets over zijn eigen kind? En toch is het de meest eerlijke samenvatting van ons leven geworden.
Onze zoon is geen slecht kind. Dat wil ik meteen gezegd hebben. Hij is slim, grappig, creatief en gevoelig. Hij kan intens liefhebben en net zo intens lachen. Maar hij leeft in een lijf en hoofd dat nooit tot rust komt. ADHD is voor hem geen label, geen lijstje met kenmerken uit een boek. Het is een voortdurende storm die alles en iedereen meesleurt.
Een gezin in overlevingsstand
Wat begon met druk gedrag en concentratieproblemen is uitgegroeid tot dagelijkse escalaties. Schreeuwen, woede-uitbarstingen, gooien met spullen, weglopen, niet luisteren — niet omdat hij niet wil, maar omdat hij het simpelweg niet kan. Onze dagen worden bepaald door anticiperen: wat triggert hem vandaag, hoe voorkomen we de volgende explosie?
Als ouders leven we in een constante staat van paraatheid. Ontspannen bestaat niet meer. Gesprekken worden gefluisterd, plannen worden aangepast, bezoek wordt afgezegd. Broertjes en zusjes leren al vroeg om zich onzichtbaar te maken. Hun verdriet en frustratie schuiven we noodgedwongen opzij, omdat er altijd eerst ‘brand’ is bij hem.
De schaamte waar niemand over praat
Misschien nog zwaarder dan de uitputting is de schaamte. De blikken in de supermarkt. Het gefluister op het schoolplein. Goedbedoelde adviezen als ‘misschien moet je consequenter zijn’ of ‘hij moet gewoon beter luisteren’. Alsof liefde, structuur en grenzen het probleem niet al jaren zijn.
We schamen ons ook om onze eigen gedachten. Om het verlangen naar rust. Om de momenten waarop we denken: ik kan dit niet meer. Je houdt van je kind, maar je haat wat de aandoening met je gezin doet. Die twee gevoelens bestaan naast elkaar, ook al durft bijna niemand dat hardop toe te geven.
Hulp die te laat of te weinig komt
De weg naar hulp is lang, ingewikkeld en frustrerend. Wachtlijsten, wisselende hulpverleners, diagnoses die veranderen, medicatie die wel of niet werkt. Ondertussen draait het gezin door, zonder pauzeknop. Er wordt veel verwacht van ouders: begrip, geduld, veerkracht. Maar wie zorgt er voor ons?
Liefde is soms ook rouwen
Wat weinig mensen begrijpen, is dat dit proces ook rouw is. Rouw om het gezin dat je dacht te hebben. Om onbezorgde uitjes, spontane gezelligheid, normale ochtenden. Rouw om de ouder die je wilde zijn, maar niet altijd kunt zijn.
En toch — en dit is belangrijk — blijft de liefde. Juist omdat het zo moeilijk is. We blijven zoeken naar manieren om hem te helpen, om hem te beschermen tegen een wereld die weinig ruimte heeft voor kinderen zoals hij. We geven niet op, ook al voelen we ons soms leeg.
Een oproep tot begrip
Dit artikel is geen aanklacht tegen ons kind. Het is een pleidooi voor eerlijkheid. Voor ruimte om te zeggen dat het soms te zwaar is, zonder veroordeeld te worden. ADHD kan een heel gezin ontwrichten, en dat erkennen is geen falen. Het is een eerste stap naar echte steun. Het valt gewoon niet mee, geloof mij maar. En natuurlijk hou ik altijd van hem. Maar we zijn ook kapot. Moe.
We zijn radeloos, ja. Maar we zijn er nog. En zolang we durven blijven praten over deze realiteit, is er hoop. Voor ons gezin, en voor al die andere gezinnen die in stilte hetzelfde meemaken.’