‘Kwets ik mijn vader als ik de achternaam van mijn man aanneem?’
‘Ik wist het eigenlijk meteen toen we gingen trouwen: ik wilde de achternaam van mijn man aannemen. Het voelde warm, verbindend, alsof we samen echt een gezin werden. En toch bleef die ene vraag knagen, stiller dan alle andere: doe ik mijn vader hiermee pijn?
Mijn meisjesnaam is zijn naam. De naam die hij mij gaf toen ik werd geboren, de naam die al generaties in onze familie meegaat. Door die naam te veranderen, voelde het alsof ik aan iets trok wat groter was dan een administratieve keuze. Alsof ik onbewust iets losliet wat misschien niet losgelaten wilde worden.
De stilte rond een simpele beslissing
We spraken er nauwelijks over. Niet omdat het onbelangrijk was, maar juist omdat het zo beladen voelde. Mijn vader zei niets toen het ter sprake kwam. Geen bezwaar, geen instemming. Alleen een knik, een klein glimlachje misschien. Maar stilte kan hardnekkig zijn — ze laat veel ruimte voor interpretatie.
Ik vroeg me af of hij het zag als een afwijzing. Of hij dacht dat zijn naam voor mij minder betekenis had dan die van mijn man. Terwijl het tegenovergestelde waar was: juist omdat die naam zoveel betekende, voelde het besluit zo zwaar.
Wat een naam met je doet
Een achternaam is niet zomaar een woord. Het is een verhaal. Mijn verhaal begon bij mijn ouders, bij mijn vader. Die geschiedenis draag ik met me mee, ongeacht welke naam er op mijn paspoort staat.
Maar ergens onderweg is er een nieuw hoofdstuk begonnen. Een leven met iemand anders, met gedeelde plannen, misschien kinderen. De naam van mijn man aannemen voelde niet als het wissen van mijn verleden, maar als het toevoegen van iets nieuws.
Toch merkte ik hoe diep loyaliteit kan zitten. Hoe je als dochter onbewust de verantwoordelijkheid voelt om niemand te kwetsen — zelfs niet met een keuze die over jezelf gaat.
Schuldgevoel zonder schuld
Het vreemde is: niemand beschuldigde me ergens van. Het schuldgevoel zat volledig in mij. In de gedachte dat liefde meetbaar zou zijn aan een naam. Dat ik moest kiezen tussen twee vormen van verbondenheid.
Maar liefde is geen optelsom waarbij de één groter wordt en de ander kleiner. Mijn liefde voor mijn vader werd niet minder door mijn huwelijk. Ze kreeg alleen een andere plaats naast nieuwe relaties, nieuwe rollen.
Het gesprek dat ik spannend vond
Uiteindelijk benoemde ik het. Niet perfect, niet groots. Ik zei iets als: “Ik hoop dat je weet dat dit niets verandert aan wat jij voor mij betekent.”
Hij haalde zijn schouders op en zei: “Jij blijft mijn dochter, hoe je ook heet.”
Misschien had hij dat altijd al zo gevoeld. Misschien projecteerde ik mijn eigen twijfels op hem. Dat besef was even confronterend als bevrijdend.
Wat ik heb geleerd
Ik heb geleerd dat volwassen keuzes soms ongemak veroorzaken — vooral bij jezelf. Dat je anderen kunt meenemen in je overwegingen zonder hun goedkeuring nodig te hebben. En dat identiteit niet vastligt in één naam, maar in de relaties die je onderhoudt.
Mijn vaders naam zit in mijn geschiedenis, in mijn herinneringen, in wie ik ben geworden. Die raak ik niet kwijt door een handtekening te zetten onder een nieuwe naam.
Liefde laat zich niet hernoemen
Als ik nu terugkijk, weet ik dit: ja, het kan zijn dat een ouder even moet wennen aan zo’n verandering. Maar echte banden zijn flexibeler dan we denken.
Een naam kan veranderen. De liefde blijft.
En misschien is dat precies wat deze keuze mij heeft geleerd.’