Is het leuk voor een kind of is het juist zielig om naar de BSO te gaan?
Laat ik meteen eerlijk zijn: de BSO is zo’n onderwerp waar ouders elkaar het liefst fluisterend over toespreken, alsof het gaat om een grote morele test. Eén verkeerde mening en je staat meteen bekend als óf de ouder die haar kind “gestructureerd sociaal laat ontwikkelen”, óf de ouder die haar kind “als een dossier inlevert bij de naschoolse opvang”.
Er zit weinig tussen.
En eerlijk? Ik denk dat dat precies het probleem is.
Want is het nou leuk voor een kind, of juist zielig, om naar de BSO te gaan?
De waarheid is minder zwart-wit dan we vaak willen toegeven.
Laat ik beginnen bij de kinderen zelf
Vraag een doorsnee kleuter aan het einde van de dag: “Wil je mee naar huis of naar de BSO?”
De kans is groot dat je dit krijgt:
“Mag ik mee met mama?”
“We gingen vandaag toch voetballen met opa?”
“Ik wil met mijn vriendje spelen!”
Kinderen denken niet in roosters en werkweken. Ze denken in glijbanen, kleurpotloden en koekjes. De BSO is voor veel kinderen gewoon een verlenging van hun dag: een soort mini-school waar de dag gewoon verder gaat.
En ja, sommige kinderen bloeien er écht op. Ze worden socialer, vrijer, creatiever. Die kinderen zitten happy in het busje van school naar opvang.
Maar dan heb je ook de andere categorie
De kinderen die om 14:55 al half onder de tafel zakken van de vermoeidheid.
Die het liefst bij thuiskomst met een dekentje op de bank kruipen, een appel eten en simpelweg niets doen — het soort nietsdoen dat alleen thuis kan.
Voor deze kinderen is de BSO soms… veel.
Veel prikkels.
Veel stemmen.
Veel activiteiten.
Veel “gezelligheid”, waar je als kleuter niet per se om hebt gevraagd.
Zijn die kinderen zielig? Nee.
Maar het is wél intens.
En dat mogen we best zeggen zonder meteen een schuldgevoelparade te starten. En ja, dit gaat ook over mijn kinderen. Die zijn gesloopt na een schooldag, die moeten hard werken voor hun taal en rekenen. Ze zijn cognitief en mentaal gewoon op. Ze zijn actief en sociaal en dan is hun batterij leeg, na zes uur spinnen.
De waarheid zit ‘m in het kind — en in ons
Maar er zijn heel veel goede kanten aan een bso. Ik heb nog nooit een kind gezien dat de BSO zielig maakte.
Maar ik heb wél heel veel ouders gezien die zichzelf zielig maakten met de gedachte dat hun kind misschien niet genoeg thuis, niet genoeg bij hen, niet genoeg ‘rust’ kreeg.
BSO gaat vaak minder over kinderen en meer over oudergevoelens.
Want de realiteit is: veel kinderen vinden het prima.
Sommigen zelfs heerlijk.
Anderen zijn na een paar dagen wennen helemaal in hun element — als ze maar gezien worden.
In de ochtend voelt school als indrukken verzamelen.
De BSO is ontladen.
School is luisteren.
BSO is rennen.
School is “wie weet het antwoord?”
BSO is “we zien wel wat we gaan doen.”
Het is een plek waar kinderen ontdekken hoe ze spelen met anderen, hoe ze ruzie maken, hoe ze weer goedmaken. Niet onder de strikte schoolregels, maar onder zachter licht. Dat is óók waardevol.
Dus wat is het nou? Leuk of zielig?
Hier is de enige eerlijke conclusie:
De BSO is precies zo leuk of zo zielig als het kind dat erheen gaat. En het ligt gewoon aan je kind: kan jouw kind daar zichzelf zijn? Is je kind uitgeput of nog vol energie?
Sommige kinderen krijgen er energie van.
Andere kinderen raken er juist energie kwijt.
En veel kinderen zitten daar ergens tussenin, net als bij alles in het leven.
Wat kinderen het meest nodig hebben, is niet een beslissing vóór of tegen BSO, maar ouders die goed kijken naar wat híj of zij aankan.
Geen schuldgevoel.
Geen ideologische strijd.
Gewoon: kijken naar je kind — en naar jezelf.
En soms… is de BSO simpelweg het leven
We werken. Ja, ook wij vrouwen. En dat mag, dat is een voorrecht.
Soms moeten we werken omdat we het geld nodig hebben. Dan is de bso een noodzaak.
We hebben roosters.
We hebben geen keuze.
En dat is oké.
Een kind wordt niet gebroken door een middag BSO.
Sterker nog: veel kinderen worden er leuker, losser en zelfstandiger van dan wij ooit durfden te hopen. Doe wat voor jouw gezin goed voelt. Dat is altijd de beste keuze.
Tessa is schrijfster van Happy Mom en Happy Kid. Ze staat al jaren als docent Nederlands voor de klas op een middelbare school, zelf is ze moeder van drie jongens. Volg haar hier op Instagram.
Dit bericht op Instagram bekijken