‘Ik zag als juf hoe één afschuwelijke tekening van een kleuter alles veranderde’
‘Soms gebeurt er in de klas iets kleins — iets dat je bijna zou kunnen missen — maar dat uiteindelijk precies laat zien wat een kind nodig heeft. Voor mij gebeurde dat op een maandagmorgen, met een tekening waarvan ik in eerste instantie dacht dat het er gewoon eentje was van de stapel.
Maar dat was het niet.
Een stille kleuter in een drukke klas
In mijn groep zat een jongetje dat we hier even Milan noemen. Hij was lief, beleefd en altijd stil. Zó stil dat hij soms letterlijk leek op te lossen tussen de tien andere kinderen die allemaal wél op de voorgrond stonden.
Hij praatte zacht, vroeg nooit iets en gaf alleen antwoord als ik het drie keer had gevraagd.
Zijn ouders maakten zich geen zorgen — “Hij is thuis ook rustig” zeiden ze — maar ik voelde dat het meer was dan dat. Hij hóúd zich in. Hij liet zichzelf niet zien.
De opdracht: teken je weekend
We hadden een vrij simpele opdracht: “Teken iets leuks dat je dit weekend hebt gedaan.”
De meeste kinderen grepen meteen aan wat er het meest indruk had gemaakt: schommelen, logeren, een ijsje. Milan ging zitten, pakte een zwarte stift en begon meteen te tekenen — iets wat me al verbaasde, want normaal twijfelde hij eerst.
Toen hij klaar was, liep hij voorzichtig naar me toe en zei zachtjes:
“Juf, deze is voor jou.”
De tekening die alles zei
Ik zag een huis, maar niet zomaar. Het stond scheef. De lijnen waren rommelig en schokkerig.
Naast het huis stond een klein poppetje — Milan — en daarachter een veel groter poppetje met een heel boze mond. Grote strepen om het hoofd, alsof er geluid uit kwam.
“Dit is papa,” fluisterde hij erbij.
En toen hij dat zei, keek hij mij aan met zo’n volwassen blik dat ik even niet wist wat ik moest zeggen.
Niet het huilerige, niet het dramatische — maar de blik van een kind dat veel te veel begrijpt.
Hoe één tekening de deur opende
We hebben daarna gepraat. Voorzichtig. Zacht. Kindertaal.
Hij vertelde nooit letterlijk wat er thuis gebeurde, maar wel genoeg om te begrijpen dat dit geen gewone spanning was. Niet het typische ‘papa is soms streng’.
Dit was iets dat hem angstig maakte.
Zijn tekening gaf hem een manier om iets te vertellen waar hij geen woorden voor had. Zonder die tekening had ik het misschien gemist.
Ik legde contact met de intern begeleider, er kwam een gesprek met ouders, en langzaam werd duidelijk dat er thuis inderdaad dingen speelden. Niet iets waarvoor direct ingegrepen moest worden, maar wel iets dat aandacht, begeleiding en verandering nodig had.
En het gebeurde. Er kwam hulp. Er kwam lucht.
En Milan?
Hij werd niet ineens een druk kind. Dat zat niet in hem.
Maar hij begon wel te lachen.
Hij begon zijn vinger op te steken.
Hij begon te praten tijdens de kring — twee zinnen achter elkaar zelfs.
En elke tekening daarna werd kleurrijker.
Letterlijk.
Daarom onderschat ik nooit meer een tekening
Kleuters tekenen geen kunstwerken. Ze tekenen hun binnenwereld.
Soms vrolijk, soms chaotisch, soms verdrietig.
En heel soms… vertellen ze alles wat ze met woorden niet durven.
Die ene tekening leerde mij iets blijvends:
Kinderen fluisteren vaak wat ze willen zeggen — maar als je kijkt, tekenen ze het hardop.