‘Ik vroeg mijn zoon hoe zijn schooldag was, maar zijn antwoord maakte me meteen bezorgd’
“Hoe was je dag?”
Zoals iedere middag stelde ik mijn zoon die vraag toen hij uit school kwam. Ik verwachtte eigenlijk een kort antwoord. “Goed”, misschien. Of “saai”. Kinderen staan nu eenmaal niet altijd te springen om uitgebreid over school te vertellen.
Maar zijn antwoord bleef bij me hangen.
“Ik heb het maar niet gevraagd.”
Ik keek hem aan.
“Hoe bedoel je?”
Hij haalde zijn schouders op. Volgens hem was er niets bijzonders gebeurd. Hij had iets niet begrepen tijdens de les, maar had er niets over gezegd. Ook toen de juf vroeg of iemand nog vragen had, had hij zijn hand niet opgestoken.
Niet omdat hij niets wilde weten.
Hij wilde vooral niet opvallen. Gewoon, stil meedoen.
Hij wist het antwoord niet, maar zei niets
Toen ik wat verder vroeg, bleek dat hij die dag meerdere momenten had gehad waarop hij iets niet begreep.
Een opdracht was niet helemaal duidelijk geweest. Hij wist niet precies wat er van hem werd verwacht en had even willen vragen wat hij moest doen. Ik vroeg ook door, dus daarom kwam dit allemaal er wel uit.
Maar hij deed het niet.
“Waarom niet?” vroeg ik.
Zijn antwoord was simpel:
“Iedereen wist het volgens mij al.”
Daar zat voor mij de crux.
Hij was niet bang voor het antwoord.
Hij was bang dat anderen zouden merken dat hij de vraag moest stellen.
Sommige kinderen vragen liever helemaal niets
We denken bij kinderen die iets niet begrijpen misschien automatisch aan een opgestoken hand.
Maar niet ieder kind doet dat.
Sommige kinderen kijken eerst wat klasgenoten doen. Ze wachten af. Ze proberen zelf uit te zoeken wat de bedoeling is of kopiëren de eerste stap van iemand anders.
En soms zeggen ze thuis pas dat ze iets niet snapten.
Dat kan verschillende oorzaken hebben.
Een kind kan onzeker zijn, bang zijn om een fout antwoord te geven of simpelweg niet goed weten hoe het in een groep een vraag moet stellen.
Maar er is nog een andere mogelijkheid die ik eerder niet zo had gezien.
“Ik wilde niet dat iedereen naar me keek”
Toen ik doorvroeg, vertelde mijn zoon dat hij het vervelend vindt wanneer een hele klas stil wordt en de aandacht ineens op één leerling gericht is.
Daarom steekt hij liever niet zijn hand op.
Hij wacht.
En als hij het antwoord uiteindelijk zelf niet vindt, probeert hij maar gewoon iets.
Dat vond ik confronterend.
Want vanuit mijn perspectief was hij een kind dat zelfstandig probeerde te werken.
Ik zag niet dat hij soms vooral probeerde te voorkomen dat hij zichtbaar hulp nodig had.
Het kan ook iets zeggen over sociale onzekerheid
Een kind dat weinig vragen stelt, hoeft natuurlijk helemaal geen probleem te hebben.
Sommige kinderen zijn gewoon afwachtend.
Maar wanneer een kind structureel geen vragen stelt omdat het bang is om op te vallen, fouten te maken of iets “doms” te zeggen, kan dat wel wijzen op onzekerheid.
Je kunt daarom beter kijken naar het patroon dan naar één uitspraak.
Stelt je kind thuis eindeloos vragen, maar op school bijna nooit?
Vraagt het thuis om uitleg, maar doet het op school alsof het alles begrijpt?
Of zegt het na een toets ineens: “Ik snapte die helft eigenlijk niet”?
Dan kan het interessant zijn om eens te vragen wat er precies gebeurt op het moment dat het kind een vraag zou willen stellen.
Sommige kinderen moeten eerst heel lang nadenken
Er is nog iets anders wat me opviel.
Mijn zoon zei niet alleen dat hij geen vragen had gesteld. Hij vertelde ook dat hij soms pas achteraf weet wat hij eigenlijk had willen vragen.
Op het moment zelf is de situatie al voorbij.
Dat kan bij sommige kinderen gebeuren wanneer ze tijd nodig hebben om informatie te verwerken of wanneer een drukke klassensituatie ervoor zorgt dat ze minder makkelijk tot een vraag komen.
Ook kinderen die moeite hebben met sociale communicatie kunnen zich afvragen:
Wanneer moet ik mijn hand opsteken?
Is dit een domme vraag?
Mag ik dit nu vragen?
Wat als iedereen mij aankijkt?
Voor een volwassene lijken dat misschien kleine dingen. Voor een kind kunnen ze ervoor zorgen dat een vraag uiteindelijk helemaal niet wordt gesteld.
En toen vroeg ik hem iets anders
Sindsdien vraag ik niet meer alleen:
“Heb je het begrepen?”
Want daarop kun je heel gemakkelijk “ja” zeggen.
Ik vraag soms:
“Was er vandaag iets waarbij je niet wist wat je moest doen?”
Of:
“Was er iets dat je eigenlijk aan de juf wilde vragen?”
Dat levert soms veel meer op.
Want “heb je nog vragen?” is een vrij grote vraag.
Een kind moet dan zelf bedenken wat het niet begrijpt, bepalen of het belangrijk genoeg is om te melden en vervolgens ook nog de stap zetten om het te zeggen.
Dat is voor sommige kinderen helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Geen vragen stellen is dus niet altijd een goed teken
Achteraf ben ik anders gaan kijken naar het zinnetje van mijn zoon.
“Ik heb vandaag maar niets gevraagd aan de juf.”
Het betekende niet dat hij alles begreep.
Het betekende juist dat hij op sommige momenten iets wilde weten, maar besloot om zijn mond te houden.
Dat hoeft absoluut niet te betekenen dat er iets ernstigs aan de hand is. Een kind kan een keer onzeker zijn, een slechte dag hebben of simpelweg geen zin hebben om iets te vragen.
Maar als je merkt dat je kind structureel geen vragen durft te stellen, thuis vertelt dat het dingen niet begrijpt of voortdurend afwacht wat andere kinderen doen, kan het verstandig zijn om daar eens rustig over te praten met de leerkracht.
Niet om meteen een label te plakken.
Maar om te ontdekken wat er achter dat stille gedrag zit.
Want soms is een kind dat in de klas niets vraagt helemaal niet ongeïnteresseerd.
Het kan juist een kind zijn dat ontzettend veel denkt, maar niet goed weet wanneer het dat hardop mag zeggen.