‘Ik dacht dat mijn zoon gewoon traag wakker werd, tot school iets heel anders opmerkte’

06.11.2026 11:30

‘Mijn zoon was ’s ochtends vaak niet te genieten. Hij treuzelde met aankleden, reageerde nauwelijks als ik iets vroeg en leek soms minutenlang voor zich uit te staren. Ik dacht dat hij gewoon geen ochtendmens was. Sommige kinderen hebben nu eenmaal wat langer nodig om op gang te komen, hield ik mezelf voor. Tot zijn juf op een dag iets zei waardoor ik anders naar zijn gedrag ging kijken.

Het was niet zo dat mijn zoon iedere ochtend huilend uit bed kwam. Integendeel: meestal sliep hij prima en werd hij op een redelijk normaal tijdstip wakker. Toch voelde het alsof ik iedere schooldag opnieuw een kleine strijd moest voeren.

‘Kom je aankleden?’ vroeg ik dan voor de derde keer.

Hij zat ondertussen nog steeds op de rand van zijn bed. Soms had hij zijn sokken al in zijn handen, maar leek hij niet te weten wat hij ermee moest doen. Als ik aandrong, werd hij geïrriteerd. En hoe meer haast ik maakte, hoe langzamer alles leek te gaan.

Iedere ochtend was hetzelfde verhaal

In het begin maakte ik er niet zo’n punt van. Ik ben zelf ook niet altijd even gezellig voordat ik mijn eerste kop koffie heb gehad. Misschien had hij gewoon wat meer tijd nodig om wakker te worden.

Maar na verloop van tijd begon het me steeds meer op te vallen. Waar andere kinderen uit de klas al aangekleed aan het ontbijt zaten, was mijn zoon soms nog bezig met zijn broek. Hij raakte afgeleid door kleine dingen, vergat wat hij aan het doen was en kon behoorlijk boos worden als ik hem opnieuw aanspoorde.

Vooral op dagen waarop we haast hadden, liep het regelmatig uit de hand.

Op een ochtend stond ik bijvoorbeeld met zijn broodtrommel in mijn hand bij de voordeur. Zijn jas lag klaar, zijn schoenen stonden naast de mat en we moesten eigenlijk al vertrekken. Maar mijn zoon zat nog aan de keukentafel. Hij had zijn boterham half opgegeten en staarde naar buiten.

‘We moeten nu echt gaan’, zei ik.

Hij keek me aan alsof hij niet begreep waarom ik zo boos was. Dat maakte me op dat moment alleen maar gefrustreerder.

De juf herkende iets wat ik thuis niet zag

Tijdens een oudergesprek vertelde ik terloops dat de ochtenden thuis nogal moeizaam verliepen. Ik verwachtte eigenlijk dat de juf zou zeggen dat hij gewoon wat meer structuur nodig had.

Maar haar reactie verraste me.

‘We zien hier soms ook dat hij moeite heeft om op gang te komen’, vertelde ze. ‘Vooral wanneer er meerdere dingen tegelijk gebeuren, lijkt hij even vast te lopen.’

Ze vertelde dat mijn zoon bijvoorbeeld zijn spullen niet altijd op tijd pakte, soms vergat wat de bedoeling was en moeite had met de overgang van de ene activiteit naar de andere.

Dat laatste vond ik opvallend. Ik had zijn gedrag thuis vooral gezien als treuzelen, maar de juf beschreef iets anders: alsof hij niet altijd goed wist waar hij moest beginnen.

Ze vroeg ook of hij thuis snel overprikkeld raakte wanneer we hem meerdere opdrachten achter elkaar gaven.

Ik moest meteen aan onze ochtenden denken. ‘Trek je schoenen aan, pak je tas, doe je jas aan en vergeet je broodtrommel niet’, was ongeveer mijn standaardriedeltje.

Misschien vroeg ik wel veel meer van hem dan ik dacht.

Was hij wel echt een langzame starter?

Na dat gesprek begon ik beter op te letten. Ik merkte dat mijn zoon vooral vastliep wanneer ik hem meerdere dingen tegelijk vroeg. Als ik zei dat hij zich moest aankleden, lukte dat meestal nog wel. Maar zodra ik daar ook tandenpoetsen, ontbijten en zijn tas pakken aan toevoegde, raakte hij het overzicht kwijt.

Ik probeerde het een paar dagen anders aan te pakken.

In plaats van een hele reeks opdrachten gaf ik hem steeds één duidelijke aanwijzing. Eerst aankleden. Daarna ontbijten. Vervolgens tandenpoetsen. Ook legde ik zijn kleding de avond ervoor klaar.

Het verschil was groter dan ik had verwacht. De ochtenden werden niet ineens perfect, maar er was minder frustratie. En vooral: ik hoefde hem niet meer voortdurend op te jagen.

Ik realiseerde me dat ik zijn gedrag misschien te snel had bestempeld als luiheid of treuzelen. Hij deed het niet per se expres. Sommige dingen kostten hem gewoon meer moeite.

Wat als je kind moeite heeft met opstarten?

Een kind dat ’s ochtends langzaam op gang komt, hoeft natuurlijk niet meteen een onderliggend probleem te hebben. Vermoeidheid, slaaptekort, spanning, temperament en de drukte van een schoolochtend kunnen allemaal meespelen.

Toch kan het zinvol zijn om verder te kijken wanneer je kind structureel moeite heeft met opstarten. Zeker als je merkt dat het niet alleen ’s ochtends gebeurt, maar ook op school of tijdens andere dagelijkse activiteiten.

Sommige kinderen hebben bijvoorbeeld moeite met executieve functies. Dat zijn vaardigheden die helpen om gedrag te plannen, taken te starten, overzicht te houden en van de ene activiteit naar de andere over te schakelen.

Ook prikkelverwerking, concentratieproblemen of spanning kunnen invloed hebben op hoe een kind de ochtend ervaart. Bij ADHD kunnen problemen met taakinitiatie en overzicht bijvoorbeeld een rol spelen, maar traag opstarten is op zichzelf geen aanwijzing voor ADHD.

Het belangrijkste is om niet te snel conclusies te trekken, maar te kijken naar het patroon. Gebeurt het alleen thuis? Vooral op drukke momenten? Of herkennen leerkrachten hetzelfde gedrag?

Ik probeer hem niet meer steeds op te jagen

Sinds het gesprek met de juf probeer ik onze ochtenden anders in te richten. Ik geef mijn zoon meer tijd, maak de stappen kleiner en probeer minder opdrachten tegelijk te geven.

Dat betekent niet dat hij nooit meer treuzelt. Soms zit hij nog steeds met één sok aan op de bank terwijl we eigenlijk al weg moeten. Maar ik reageer er anders op.

Ik probeer eerst te kijken wat er gebeurt voordat ik boos word.

Want misschien is mijn zoon helemaal geen kind dat simpelweg niet vooruit te branden is. Misschien heeft hij op bepaalde momenten gewoon wat meer hulp nodig om te beginnen.

En dat verschil heeft onze ochtenden een stuk prettiger gemaakt.’