‘Ik ben als volwassen vrouw niet blij met mijn veel te originele en kakkie naam, de afkorting is ook zo stom’

11.12.2025 11:04

‘Ik weet dat het in de mode is om je kind een unieke naam te geven. Iets dat “niet iedereen heeft”, iets bijzonders, iets origineels. Maar ik ben het levende bewijs dat originaliteit gevaarlijk kan zijn — vooral als je ouders het nét iets te gezellig vinden klinken.

Mijn naam is Elvanie.
Ja, echt.

En nee, het is geen buitenlandse naam, geen eeuwenoude familietraditie en ook niet de naam van een of andere sprookjesachtige elf uit een fantasyserie. Het is gewoon… iets. Iets dat mijn ouders ooit hebben bedacht bij een glas wijn en het idee dat ze “niet zo’n standaardnaam wilden”.

Als kind vond ik het nog wel prima

Toen ik klein was, klonk Elvanie als een soort toverfee. Iedereen zei mijn naam met een hoge stem en een glimlach, alsof ik glitter en regenbogen uit mijn zak zou kunnen toveren.

Mijn juf in groep drie maakte zelfs een tekening van een elfje met mijn naam erboven. Mijn ouders waren trots. Ik vond het leuk.

Dat duurde tot ongeveer mijn tiende.

Puberteit: de afgrond van de afkortingen

Want toen kwam het.
De afkortingen.

Kinderen zijn creatief, maar zelden op een vriendelijke manier. Dus werd ik:

  • Elfje

  • El

  • Elvie

  • Vanie (alsof ik een betaalbare variant van een chique parfum ben)

En de allerergste, die tot op de dag van vandaag in mijn ruggengraat gegrift staat:
Elly.

Niets tegen mensen die Elly heten, maar geloof me: als je hoofdnaam al een soort theatrale klankbom is, voelt Elly alsof je ineens een administratief medewerker van 58 bent die katten spaart.

Volwassen worden met een ‘kakkie naam’

Maar niets — echt niets — bereidde me voor op hoe mijn naam zou klinken in volwassen contexten.

Wanneer ik mijn naam moet zeggen tijdens sollicitaties, voel ik altijd even de spanning. De adem die stokt aan de andere kant van de tafel. De glimlach die iemand probeert te onderdrukken.

“Hoe spreek je het uit?”
“Waar komt het vandaan?”
“Is het Spaans? Frans? Fins?”

Nee.
Het komt uit de achtertuin van mijn ouders in 1993.

En dan nog iets: Elvanie klinkt zó gefabriceerd chic dat het automatisch een soort kakkie vibe geeft, alsof ik ben opgegroeid in een villa waar mijn moeder me ’s ochtends wakker zong met een harp. Terwijl ik gewoon van friet, kringloopwinkels en comfy truien hou.

De afkortingen blijven me achtervolgen

Het ergste is nog dat die stomme afkortingen nooit verdwijnen. Zelfs collega’s — volwassen mensen met belastingstress en rugpijn — verzinnen ze:

  • “El!”

  • “Vaantje!”

  • “Elvaaaa!”

En één enthousiaste collega die me tot mijn dood zal blijven achtervolgen:
“Elviebell!”

Ik schaam me nog steeds dat ik niet ter plekke mijn naam heb veranderd.

Waarom ik hem toch niet verander

Maar hier komt het bizarre: ondanks alle ongemakken, schaamtes en karikaturen van afkortingen… blijft die naam wel míjn naam.

Hij zit aan me vast gegroeid als een moedervlek die te opvallend is om te negeren maar te eigen om weg te halen.

Soms haat ik hem.
Soms lach ik erom.
Soms fantaseer ik over hoe mijn leven eruit had gezien als ik gewoon Emma was geweest.

Maar diep van binnen weet ik ook:
De naam Elvanie is het enige dat ik nooit hoef te delen met iemand anders.

En misschien, heel misschien, is dat toch een klein beetje mooi.