‘Als ik ga betalen bij het tankstation dan kan ik mijn kind toch wel even alleen in de auto laten?’
‘Ik sta bij het tankstation. Motor uit, sleutels in mijn hand. Mijn kind zit achterin, vast in de gordel, verdiept in een liedje dat inmiddels al drie keer op repeat staat. Ik kijk naar binnen. Hij kijkt niet eens op.
Als ik ga betalen, kan ik mijn kind toch wel even alleen in de auto laten?
Die gedachte schiet door mijn hoofd terwijl ik de deur al bijna dichttrek.
Het is maar heel even. Dertig seconden. Hooguit een minuut.
Toch blijf ik staan.
Het voelt klein, maar het is groter dan dat
In mijn hoofd maak ik het snel praktisch. De auto staat op slot. Ik zie hem door het raam. Ik ben zó weer terug. En eerlijk is eerlijk: ik zie het anderen ook doen. Ouders die even weglopen, achteloos, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Maar ineens voelt het niet meer zo klein.
Niet omdat ik denk dat mijn kind meteen gevaar loopt. Maar omdat ik besef: ik maak hier een keuze. En die keuze zegt iets over hoe ik naar verantwoordelijkheid kijk.
“Er gebeurt toch nooit wat… totdat het wel gebeurt”
Ik hoor mezelf het bijna hardop zeggen. Dat zinnetje dat we allemaal kennen.
En meestal klopt het ook. Meestal gebeurt er niets.
Maar ouderschap gaat niet over wat meestal goed gaat. Het gaat over het moment waarop het onverwachte zich aandient. Een auto die wordt aangereden. Een vreemde die opvalt. Een kind dat schrikt, huilt, zich losmaakt.
Of gewoon: een kind dat ineens wél beseft dat mama of papa er niet is. Wat als het binnen wat langer duurt?
En oké, als de kassa echt praktisch naast je auto is, vind ik het nog wat anders. Maar als je je auto niet kunt zien en ver moet lopen?
Dan moet je je kind toch meenemen?
De praktische kant (want ja, die is er ook)
Begrijp me niet verkeerd: ik snap het volledig.
Een slapend kind. Een regenbui. Een lange dag. Geen zin om alles weer los te maken, mee te nemen, vast te zetten.
Ouderschap is ook vermoeiend. En niemand is perfect.
Maar soms is moet het maar even, toch? Ik doe het zeker niet altijd, behalve als ik echt ver weg ben van mijn auto.’