‘Mijn zoon is te dun, vinden anderen. Is 10 kilo met een leeftijd van 3 jaar echt zo weinig?’
‘“Hij is wel heel dun, hè?” Het is een opmerking die ik vaker hoor dan me lief is. Soms bezorgd, soms plompverloren, soms bijna achteloos. Maar elke keer raakt het me. Want het gaat over mijn zoon. Drie jaar oud. Levendig, nieuwsgierig, vrolijk. En volgens de weegschaal: 10 kilo.
Voor sommigen is dat blijkbaar te weinig. En inderdaad… Hij past geen spijkerbroeken.
Die zakken zo van hem af.
In het begin haalde ik mijn schouders erover op. Elk kind is anders, toch? De een is groot en stevig, de ander klein en slank. Maar naarmate de opmerkingen zich opstapelden — op het consultatiebureau, op verjaardagen, in de speeltuin — begon de twijfel toe te slaan. Doe ik wel genoeg? Eet hij wel voldoende? Mis ik iets?
Ik merkte dat ik mezelf steeds vaker betrapte op vergelijken. Met andere kinderen van zijn leeftijd. Met groeicurves. Met lijstjes op internet. Ineens voelde elke hap die hij wel of niet nam als een kleine test. Elke maaltijd werd een moment van spanning: zou hij genoeg eten?
Terwijl hij zelf nergens last van lijkt te hebben. Hij rent, klimt, lacht, praat, ontdekt. Hij slaapt goed. Hij is zelden ziek. Hij zit vol energie en levenslust. Kortom: hij is een blij kind. Maar blijkbaar zegt een getal op de weegschaal voor anderen meer dan al die signalen samen.
Is hij te dun?
Natuurlijk begrijp ik de bezorgdheid. We willen allemaal het beste voor kinderen. Maar het blijft lastig wanneer goedbedoelde opmerkingen onbedoeld onzekerheid zaaien. Want ineens kijk je anders naar je eigen kind. Alsof er iets mis is. Terwijl je dat gevoel daarvoor helemaal niet had.
De arts stelde me gerust: zolang hij zijn eigen groeilijn volgt, zich goed ontwikkelt en fit oogt, is er meestal geen reden tot zorgen. Sommige kinderen zijn nu eenmaal slank gebouwd. Net zoals sommige volwassenen dat zijn. Het zegt niet automatisch iets over gezondheid.
En toch… die stemmetjes blijven soms hangen. Want ouderschap is onzeker zijn. Twijfelen. Je afvragen of je het goed doet. En als anderen dan benadrukken wat er ‘afwijkt van het gemiddelde’, voelt dat als falen. Terwijl het gemiddelde niets zegt over jouw unieke kind.
Langzaam probeer ik dat los te laten. Zijn lijf is van hem. Zijn tempo is van hem. En mijn taak is niet om hem in een schema te persen, maar om hem te ondersteunen, te voeden — letterlijk en figuurlijk — en te vertrouwen op zijn eigen ontwikkeling.
Dus ja, hij is 10 kilo met 3 jaar. En dat geeft soms wat zorgen, al vertrouw ik er ook maar op dat het vanzelf goedkomt.’