‘Mijn kind van 4 jaar kan boven toch wel even alleen in bad zonder dat ik er naast zit?’
‘Ze is vier. Mijn dochter. En soms kijk ik naar haar en denk ik: wanneer is dit gebeurd?
Ze praat alsof ze alles begrijpt, weet precies wat ze wil en zegt regelmatig: “Mama, ik kan het zelf wel.” Ze klimt zonder hulp op een stoel, kiest haar eigen kleren (al zijn het soms bijzondere combinaties) en speelt gerust een tijdje alleen boven.
Dus als het badtijd is, sluipt die gedachte steeds vaker naar binnen: kan ze niet gewoon even alleen in bad?
Gewoon heel even. Terwijl ik beneden snel iets opruim. Of de was in de machine doe. Of — eerlijk is eerlijk — even vijf minuten niks.
Het voelt logisch. Ze is toch groot genoeg?
Maar tegelijkertijd knaagt er iets.
Want hoe groot is vier eigenlijk?
Vier jaar is zo’n bijzondere leeftijd. Groot in woorden, klein in inschatting. Zelfstandig in spel, maar nog volop lerend in hoe haar lichaam werkt. Ze denkt dat ze alles kan — en dat is ergens ook prachtig.
Tot ze uitglijdt. Of zich verstapt. Of schrikt.
In bad lijkt alles rustig. Ze zit, speelt, zingt misschien een liedje. Maar water blijft water. Onvoorspelbaar, zelfs als het maar een laagje is.
En het lastige is: als er iets gebeurt, gebeurt het vaak stil.
Geen geroep. Geen drama zoals in films.
Gewoon… stilte.
Die gedachte alleen al zorgt ervoor dat ik meestal toch blijf.
“Ik ben maar heel even weg” — dat zeg ik ook tegen mezelf
Ik hoor mezelf het zeggen. Nog één dingetje. Nog even snel.
Maar ik weet ook hoe dat gaat.
De wasmand blijkt voller dan gedacht.
Mijn telefoon licht op.
Iets anders trekt mijn aandacht.
En voor ik het weet, ben ik langer weg dan ik van plan was.
Niet expres. Maar dat maakt het niet minder risicovol.
Dus wat doe ik dan?
Ik neem het leven gewoon mee de badkamer in.
Soms zit ik op de rand van het bad met mijn telefoon (zonder schuldgevoel, dat ook). Soms vouw ik handdoeken. Soms zeg ik weinig en kijk ik gewoon hoe ze speelt, hoe ze haar eigen wereld maakt met badspeelgoed en schuim.
En heel soms vind ik het zelfs… fijn.
Even niks moeten. Even alleen maar daar zijn, naast haar.
Loslaten komt wel — maar nog niet hier
Ik weet dat dit soort momenten tijdelijk zijn. Dat er een dag komt waarop ze de badkamerdeur dichtdoet en geen pottenkijkers wil. Dat ik haar straks moet roepen om überhaupt in bad te gaan.
Maar nu is ze vier.
Zelfstandig, ja.
Maar nog niet zó zelfstandig.
Dus blijf ik.
Niet omdat het moet van iemand anders.
Maar omdat het, diep vanbinnen, gewoon beter voelt.
En dat is soms al reden genoeg.