Dit zijn de drie belangrijkste oorzaken van dyslexie

29.08.2026 10:47

“Hij is gewoon niet zo goed in lezen.” Het is een opmerking die ouders van een kind met dyslexie misschien weleens hebben gehoord. Maar de oorzaken van dyslexie hebben helemaal niets te maken met lui zijn, weinig oefenen of niet slim genoeg zijn.

Dyslexie is een hardnekkige lees- en spellingstoornis waarbij lezen en spellen aanzienlijk moeilijker kunnen zijn dan je op basis van andere vaardigheden zou verwachten. Maar hoe ontstaat dyslexie eigenlijk? En waarom krijgt het ene kind er wel mee te maken en het andere niet?

Hoewel er niet één simpele oorzaak van dyslexie bestaat, zijn er drie belangrijke factoren die een grote rol spelen.

Oorzaken dyslexie

1. Erfelijke aanleg speelt een grote rol

Een van de belangrijkste factoren bij dyslexie is genetische aanleg.

Dyslexie komt namelijk relatief vaak binnen families voor. Heeft een ouder dyslexie, dan heeft een kind een grotere kans om zelf lees- en spellingproblemen te ontwikkelen.

Dat betekent overigens niet dat een kind van een ouder met dyslexie automatisch dyslexie krijgt. Er is geen enkel ‘dyslexiegen’ dat bepaalt of iemand wel of geen dyslexie heeft.

In werkelijkheid gaat het om een combinatie van verschillende genetische factoren.

Dat verklaart ook waarom binnen één gezin meerdere kinderen dyslexie kunnen hebben, terwijl een ander kind helemaal geen ernstige leesproblemen ontwikkelt.

2. De verwerking van klanken en taal verloopt anders

Een tweede belangrijke factor heeft te maken met de manier waarop de hersenen gesproken taal verwerken.

Voor leren lezen moet een kind onder andere begrijpen dat woorden uit afzonderlijke klanken bestaan. Een kind moet bijvoorbeeld kunnen horen dat het woord maan uit verschillende klanken bestaat en die klanken vervolgens koppelen aan letters.

Bij kinderen met dyslexie verloopt die koppeling tussen klanken en letters vaak minder efficiënt.

Dit wordt ook wel fonologische verwerking genoemd.

Een kind kan daardoor bijvoorbeeld moeite hebben met:

  • het herkennen van afzonderlijke klanken in een woord;
  • het hakken en plakken van woorden;
  • het onthouden van de klank-letterkoppelingen;
  • het vlot herkennen van bekende woorden;
  • het correct spellen van woorden.

Dat betekent niet dat een kind taal niet begrijpt. Integendeel: een kind met dyslexie kan een uitstekend taalbegrip en een grote woordenschat hebben, maar toch grote moeite hebben met het technisch lezen en spellen.

3. Omgeving en onderwijs kunnen invloed hebben op de ontwikkeling

De derde factor is iets ingewikkelder.

De omgeving veroorzaakt dyslexie niet, maar omstandigheden rondom een kind kunnen wel invloed hebben op de ontwikkeling van lezen en spelling en op hoe groot de problemen uiteindelijk worden.

Denk bijvoorbeeld aan hoeveel een kind in aanraking komt met boeken en taal, de kwaliteit en hoeveelheid van leesonderwijs en de ondersteuning die het krijgt wanneer lezen moeilijk blijkt.

Een kind dat moeite heeft met lezen en daardoor steeds minder gaat lezen, kan bovendien in een negatieve cirkel terechtkomen.

Lezen kost veel moeite.

Daardoor leest het kind minder.

Vervolgens krijgt het minder oefening.

En daardoor blijft het lezen achter.

Goede begeleiding en voldoende oefening kunnen zo’n negatieve spiraal helpen doorbreken. Ze kunnen dyslexie niet ‘genezen’, maar kunnen een kind wel helpen om betere lees- en spellingvaardigheden te ontwikkelen en met de problemen om te gaan.

Dyslexie ontstaat dus niet doordat een kind te weinig leest

Dat is een belangrijk verschil.

Soms wordt gedacht dat dyslexie ontstaat doordat een kind vroeger onvoldoende is voorgelezen of te weinig heeft geoefend met letters.

Dat klopt niet.

Een kind kan ontzettend veel zijn voorgelezen en toch dyslexie ontwikkelen.

Ook betekent dyslexie niet dat een kind minder intelligent is. Kinderen met dyslexie kunnen juist op allerlei andere gebieden heel sterk zijn.

De moeilijkheid zit specifiek in het leren lezen en spellen.

Waarom heeft het ene kind wel dyslexie en het andere niet?

Dat is precies waarom dyslexie soms zo lastig te begrijpen is.

Twee kinderen kunnen thuis dezelfde boeken lezen, op dezelfde school zitten en dezelfde ouders hebben, maar toch heel verschillend leren lezen.

Genetische aanleg, de ontwikkeling van taalverwerking en allerlei omgevingsfactoren werken namelijk samen.

Het is dus niet zo dat je één oorzaak kunt aanwijzen en kunt zeggen: daar komt de dyslexie vandaan.

Wetenschappers zien dyslexie dan ook als een complexe neurobiologische ontwikkelingsstoornis, waarbij meerdere factoren samen een rol spelen.

Signalen van dyslexie bij kinderen

Dyslexie wordt meestal pas duidelijk wanneer kinderen leren lezen en schrijven, maar er kunnen daarvoor al signalen zijn.

Een kind kan bijvoorbeeld opvallend veel moeite hebben met rijmen, het herkennen van klanken of het onthouden van bepaalde woorden.

Op school kunnen vervolgens problemen ontstaan met:

  • langzaam of moeizaam lezen;
  • veel leesfouten maken;
  • letters of klanken verwisselen;
  • moeite hebben met spelling;
  • moeite hebben om woorden automatisch te herkennen;
  • een groot verschil laten zien tussen mondelinge taalvaardigheid en lezen.

Eén van deze signalen betekent overigens niet automatisch dat een kind dyslexie heeft.

Kinderen ontwikkelen leesvaardigheden in verschillende tempo’s. Het is vooral belangrijk om te kijken naar een patroon van aanhoudende problemen.

Dyslexie zegt niets over hoe slim je kind is

Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste om te onthouden.

Een kind dat moeite heeft met lezen, kan zich ontzettend slim, nieuwsgierig en creatief ontwikkelen.

Sterker nog: sommige kinderen kunnen verbaal heel sterk zijn en prachtige verhalen vertellen, terwijl ze op papier moeite hebben om diezelfde gedachten op te schrijven.

Dyslexie gaat dus niet over intelligentie.

Het gaat om de manier waarop het leren lezen en spellen verloopt.

De drie belangrijkste oorzaken van dyslexie op een rij

Kort samengevat spelen vooral deze drie factoren een belangrijke rol bij dyslexie:

1. Erfelijke aanleg: dyslexie komt vaker voor binnen families en meerdere genetische factoren kunnen de kwetsbaarheid beïnvloeden.

2. Taal- en klankverwerking: vooral problemen met het verwerken van klanken en het koppelen van klanken aan letters spelen een belangrijke rol.

3. Omgevingsfactoren: de omgeving veroorzaakt dyslexie niet, maar leesonderwijs, oefening en ondersteuning kunnen wel invloed hebben op de ontwikkeling en de gevolgen van leesproblemen.

Dus heeft jouw kind moeite met lezen? Trek dan niet te snel de conclusie dat het kind gewoon onvoldoende oefent.

Soms werkt een kinderbrein simpelweg anders bij het verwerken van taal. En met de juiste ondersteuning kan een kind vervolgens leren omgaan met die moeilijkheden én volop ontdekken waar het juist heel goed in is.