Dit zijn de 3 belangrijkste oorzaken van neurodivergentie bij kinderen
Waarom heeft het ene kind moeite met concentreren, terwijl het andere kind juist extreem gevoelig is voor geluiden, veranderingen of sociale situaties? Steeds meer ouders herkennen kenmerken van neurodivergentie bij hun kind. Maar waar komt neurodivergentie eigenlijk vandaan?
Hoewel wetenschappers steeds meer ontdekken over de ontwikkeling van het kinderbrein, bestaat er geen eenvoudige verklaring. Neurodivergentie ontstaat meestal door een combinatie van verschillende factoren. Vooral genetische aanleg, de ontwikkeling van de hersenen en bepaalde invloeden tijdens de zwangerschap en geboorte spelen een rol.
Maar wat zijn nu de belangrijkste oorzaken van neurodivergentie bij kinderen? En kun je als ouder iets doen om de kans erop te verkleinen?
Wat betekent neurodivergentie bij kinderen?
Neurodivergentie is een verzamelterm voor mensen bij wie de hersenen informatie op een andere manier verwerken dan bij de meerderheid. Het is geen medische diagnose op zichzelf.
Onder neurodivergentie vallen onder andere:
- ADHD
- Autisme (ASS)
- Dyslexie
- Dyscalculie
- Tourette
Kinderen die neurodivergent zijn, kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met concentratie, prikkelverwerking, sociale communicatie of het automatiseren van vaardigheden. Tegelijkertijd kunnen ze juist uitblinken in creativiteit, patroonherkenning, detailgerichtheid of een sterke interesse in bepaalde onderwerpen.
Niet ieder neurodivergent kind is hetzelfde. Ook de oorzaken kunnen per kind en per ontwikkelingskenmerk verschillen.
1. Genetische aanleg speelt een belangrijke rol
Een van de belangrijkste factoren bij neurodivergentie is erfelijkheid. Verschillende neuroontwikkelingskenmerken, waaronder ADHD en autisme, komen vaker voor binnen bepaalde families.
Dat betekent niet dat er één specifiek gen bestaat dat bepaalt of een kind neurodivergent wordt. Bij veel vormen van neurodivergentie spelen juist meerdere genen een rol.
Sommige genetische variaties kunnen invloed hebben op de manier waarop de hersenen zich ontwikkelen, informatie verwerken en bepaalde vaardigheden aanleren.
Een kind kan bijvoorbeeld een genetische aanleg hebben voor ADHD, terwijl een ander kind binnen dezelfde familie kenmerken van autisme vertoont.
Ook komt het voor dat ouders pas ontdekken dat ze zelf bepaalde neurodivergente kenmerken hebben wanneer hun kind een diagnose krijgt.
Betekent dit dat neurodivergentie altijd erfelijk is?
Nee. Erfelijkheid speelt een belangrijke rol, maar verklaart niet alles. Niet ieder kind met een genetische aanleg ontwikkelt dezelfde kenmerken. Bovendien kunnen genetische factoren op verschillende manieren tot uiting komen.
Onderzoek naar autisme laat bijvoorbeeld zien dat zowel veelvoorkomende genetische variaties als zeldzamere genetische veranderingen een rol kunnen spelen. Bij ADHD is eveneens sprake van een sterke genetische component.
2. De ontwikkeling van de hersenen verloopt anders
Een tweede belangrijke factor is de neurologische ontwikkeling.
Bij neurodivergente kinderen kunnen bepaalde hersennetwerken zich anders ontwikkelen of functioneren. Dat kan invloed hebben op bijvoorbeeld aandacht, impulscontrole, taalverwerking, sociale communicatie en het verwerken van prikkels.
Bij kinderen met ADHD spelen bijvoorbeeld hersenprocessen rondom aandacht, motivatie en het reguleren van gedrag een rol.
Bij kinderen met autisme kunnen verschillen in hersenontwikkeling samenhangen met sociale communicatie, informatieverwerking en de behoefte aan voorspelbaarheid.
Dat betekent overigens niet dat er bij ieder neurodivergent kind dezelfde hersenverschillen zichtbaar zijn. De hersenen zijn complex en ontwikkelen zich gedurende de kindertijd en adolescentie.
Ook is het belangrijk om te begrijpen dat neurodivergentie niet simpelweg ontstaat doordat een kind te weinig wordt gestimuleerd of verkeerd wordt opgevoed.
De neurologische ontwikkeling begint al vroeg in het leven en wordt beïnvloed door een samenspel van genetische en biologische factoren.
3. Invloeden tijdens de zwangerschap en geboorte
Ook bepaalde omstandigheden tijdens de zwangerschap en rond de geboorte worden in wetenschappelijk onderzoek in verband gebracht met een grotere kans op sommige neuroontwikkelingsproblemen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Een vroeggeboorte.
- Een zeer laag geboortegewicht.
- Bepaalde medische complicaties tijdens de geboorte.
- Sommige infecties tijdens de zwangerschap.
- Blootstelling aan bepaalde schadelijke stoffen.
Bij ADHD worden bijvoorbeeld verschillende prenatale en omgevingsfactoren onderzocht. Ook bij autisme zijn er factoren die samenhangen met een verhoogde kans, zoals bepaalde zwangerschapscomplicaties en vroeggeboorte.
Maar hierbij is een belangrijke nuance nodig: een verhoogd risico betekent niet dat een factor automatisch de oorzaak is.
Een kind dat te vroeg wordt geboren, ontwikkelt bijvoorbeeld niet vanzelf ADHD of autisme. En bij veel neurodivergente kinderen is er helemaal geen sprake van een bijzondere complicatie tijdens de zwangerschap of geboorte.
Wetenschappers onderzoeken bovendien nog steeds hoe genetische aanleg en omgevingsfactoren elkaar kunnen beïnvloeden.
Kun je neurodivergentie bij je kind voorkomen?
Dit is een vraag die veel ouders bezighoudt. Zeker wanneer een kind een diagnose krijgt, vragen ouders zich soms af of ze tijdens de zwangerschap of opvoeding iets anders hadden kunnen doen.
Het belangrijkste om te weten: neurodivergentie ontstaat niet doordat een moeder haar kind verkeerd opvoedt.
Autisme en ADHD zijn complexe neuroontwikkelingscondities. Bij veel kinderen is er geen enkele afzonderlijke oorzaak aan te wijzen.
Ook is er geen wetenschappelijk bewijs dat vaccinaties autisme veroorzaken. Dit is uitgebreid onderzocht.
Hoewel een gezonde zwangerschap en goede medische zorg belangrijk zijn voor de ontwikkeling van ieder kind, is het niet mogelijk om alle vormen van neurodivergentie te voorkomen.
Ouders hoeven zichzelf dus niet de schuld te geven wanneer hun kind neurodivergent blijkt te zijn.
Waarom wordt neurodivergentie steeds vaker herkend?
Veel ouders hebben het idee dat neurodivergentie tegenwoordig veel vaker voorkomt dan vroeger.
Dat beeld hangt deels samen met de toegenomen herkenning en diagnostiek. Er is meer kennis over ADHD en autisme, waardoor ook kinderen met minder opvallende kenmerken eerder worden herkend.
Daarnaast is er meer aandacht voor kinderen die zich anders ontwikkelen dan hun leeftijdsgenoten.
Bij meisjes kunnen kenmerken van autisme of ADHD bijvoorbeeld minder snel worden herkend. Sommige kinderen passen zich op school voortdurend aan, maar raken thuis volledig uitgeput.
Ook kunnen kinderen pas op latere leeftijd vastlopen, wanneer de eisen op school of in sociale situaties toenemen.
Dat betekent niet automatisch dat neurodivergentie pas op dat moment ontstaat. De kenmerken kunnen al veel eerder aanwezig zijn geweest.
Wat betekent dit voor jou als ouder?
Wanneer je merkt dat je kind anders reageert op prikkels, moeite heeft met concentreren of sociale situaties ingewikkeld vindt, kan het helpen om verder te kijken dan alleen het gedrag.
Een kind dat voortdurend door anderen heen praat, doet dat niet altijd bewust. Een kind dat na school boos of verdrietig thuiskomt, kan overprikkeld zijn. En een kind dat zich terugtrekt, heeft misschien meer tijd nodig om informatie te verwerken.
Dat betekent niet dat ieder kind met opvallend gedrag neurodivergent is. Kinderen ontwikkelen zich allemaal in hun eigen tempo en kunnen tijdelijk moeite hebben met bepaalde situaties.
Maar wanneer je je zorgen maakt over de ontwikkeling van je kind, kun je dit bespreken met de huisarts, het consultatiebureau of de jeugdarts.
Een passende beoordeling kan helpen om te begrijpen wat een kind nodig heeft.
Neurodivergentie is geen kwestie van schuld
De belangrijkste conclusie is dat neurodivergentie bij kinderen meestal niet terug te voeren is op één oorzaak.
Genetische aanleg, de ontwikkeling van de hersenen en bepaalde biologische of omgevingsfactoren kunnen samen een rol spelen. Hoe die factoren precies samenwerken, verschilt per kind en is nog niet volledig bekend.
Wat wel duidelijk is: een neurodivergent kind heeft niet automatisch een probleem dat moet worden opgelost.
Met de juiste ondersteuning, begrip en ruimte om zichzelf te zijn, kunnen neurodivergente kinderen zich op hun eigen manier ontwikkelen.
En misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste om als ouder te onthouden.