Dit is het verschil in salaris tussen parttime en fulltime werken als moeder met een kind op de kinderopvang

17.09.2026 06:58

Een paar dagen extra werken klinkt op papier misschien als een flinke financiële stap vooruit. Toch kan het verschil in wat je uiteindelijk overhoudt kleiner zijn dan je vooraf denkt. Zeker wanneer je als moeder een kind op de kinderopvang hebt en daardoor ook meer opvanguren nodig hebt.

Maar hoeveel scheelt parttime werken eigenlijk met fulltime werken? En hoeveel van dat extra salaris blijft er over als je de kinderopvang en kinderopvangtoeslag meerekent?

Steeds meer moeders werken grotere deeltijdbanen

Nederland staat bekend om het grote aantal mensen dat parttime werkt. Dat geldt vooral voor vrouwen met kinderen. Volgens het CBS werkte in 2025 van de vrouwen van 25 tot 65 jaar 29,4 procent 28 tot 35 uur per week en 34,8 procent voltijd. Bij vrouwen met een partner en kinderen ligt een grote deeltijdbaan eveneens veel voor de hand.

Ook uit de Emancipatiemonitor blijkt dat ruim de helft van de moeders met een partner en kinderen jonger dan 18 jaar tussen de 20 en 35 uur per week werkt. Slechts een minderheid werkt 35 uur of meer.

Dat is niet zo vreemd. Een kind dat meerdere dagen per week naar het kinderdagverblijf gaat, betekent immers ook dat werk en opvang behoorlijk goed op elkaar moeten aansluiten.

Maar wat is het verschil tussen parttime en fulltime salaris?

Stel: een moeder verdient bij een fulltime werkweek van 40 uur €4.000 bruto per maand.

Wanneer zij 24 uur werkt, komt ze bij hetzelfde uurloon uit op ongeveer €2.400 bruto per maand.

Bij 32 uur is dat ongeveer €3.200 bruto per maand.

Het verschil tussen 24 en 40 uur werken is in dit voorbeeld dus €1.600 bruto per maand. Tussen 32 en 40 uur is het verschil €800 bruto per maand.

Dat lijkt een eenvoudige rekensom, maar bij een moeder met een kind op de kinderopvang is het verhaal ingewikkelder.

Want wie meer werkt, heeft vaak ook meer opvang nodig.

Meer werken betekent vaak ook meer kinderopvang

Een kind dat bijvoorbeeld twee dagen per week naar het kinderdagverblijf gaat, heeft minder opvanguren nodig dan een kind dat vier dagen wordt gebracht.

Daar staat tegenover dat ouders in Nederland kinderopvangtoeslag kunnen krijgen als zij aan de voorwaarden voldoen. De hoogte daarvan hangt onder andere af van het gezamenlijke inkomen, het aantal kinderen en het soort opvang. In 2026 bedraagt de maximale uurprijs waarvoor toeslag kan worden aangevraagd voor dagopvang €11,23.

De kinderopvangtoeslag vergoedt dus niet automatisch de volledige rekening. Bovendien mogen kinderopvangorganisaties een hoger uurtarief rekenen dan het maximale bedrag waarover toeslag wordt berekend. Het verschil betalen ouders zelf.

En juist daardoor kan de rekensom voor iedere moeder anders uitpakken.

De kinderopvang kan een flink deel van het verschil beïnvloeden

Dat kinderopvang een serieuze kostenpost is, blijkt ook uit recente cijfers van het CBS. In 2025 kostte kinderopvang toeslagontvangers gemiddeld €10.510 per jaar. Gemiddeld werd 68 procent van die kosten vergoed via de kinderopvangtoeslag. Ouders betaalden gemiddeld €3.340 zelf.

Maar dit gemiddelde zegt niet dat iedere ouder €3.340 per jaar kwijt is.

Het eigen bedrag verschilt namelijk sterk per inkomen. In 2025 betaalden ouders in de laagste inkomensgroep gemiddeld €1.190 zelf, terwijl dit bij de hoogste inkomensgroep gemiddeld €5.950 was.

Daarom kan een moeder die meer gaat werken tegelijkertijd meer salaris én hogere opvangkosten krijgen.

Een simpel voorbeeld

Stel dat een moeder €4.000 bruto verdient wanneer ze 40 uur werkt.

Bij 32 uur verdient ze bij hetzelfde uurloon ongeveer €3.200 bruto.

Ze gaat dan dus €800 bruto per maand meer verdienen wanneer ze van 32 naar 40 uur gaat.

Maar als haar extra werkdag betekent dat haar kind ook een extra dag naar de opvang moet, stijgen haar opvangkosten. Een deel daarvan kan via de kinderopvangtoeslag worden vergoed, maar niet noodzakelijk alles.

Daar komt nog bij dat het inkomen van de moeder onderdeel kan zijn van het gezamenlijke toetsingsinkomen. Daardoor kan een hoger inkomen ook gevolgen hebben voor het percentage kinderopvangtoeslag dat wordt ontvangen.

Het verschil tussen parttime en fulltime werken is daarom niet simpelweg: extra uren × bruto uurloon = extra geld op de rekening.

In 2026 is de kinderopvangtoeslag wel verhoogd

Voor veel ouders is de kinderopvangtoeslag in 2026 gunstiger geworden. Gezamenlijke inkomens tot en met €56.412 krijgen volgens de huidige regels 96 procent van de maximale uurprijs vergoed. Voor dagopvang betekent dat bijvoorbeeld maximaal €10,78 per uur bij dit vergoedingspercentage.

Dat maakt de rekensom voor werkende ouders interessant.

Want hoewel meer werken doorgaans meer salaris betekent, moet je eigenlijk kijken naar het netto-effect: hoeveel extra inkomen houd je over nadat je rekening hebt gehouden met belastingen, kinderopvangkosten en kinderopvangtoeslag?

Daarom is fulltime werken niet voor iedere moeder financieel hetzelfde

Een moeder die van 24 naar 40 uur gaat, kan een aanzienlijk hoger bruto salaris krijgen. Maar wanneer daarvoor meerdere extra opvangdagen nodig zijn, neemt ook de kinderopvangrekening toe.

Een moeder die van 32 naar 36 uur gaat, kan bijvoorbeeld veel minder extra opvang nodig hebben als de extra uren over bestaande opvangdagen verdeeld kunnen worden.

Ook het salaris zelf maakt een groot verschil. Bij een hoger uurloon kan een extra werkdag financieel aantrekkelijker uitpakken, terwijl de kosten van een extra opvangdag niet automatisch evenredig met het salaris stijgen.

Daarom is er eigenlijk geen universeel antwoord op de vraag of parttime of fulltime werken financieel voordeliger is.

Kijk niet alleen naar je salaris

Wie overweegt om meer te gaan werken, doet er daarom goed aan om niet alleen naar het bruto salaris te kijken.

Reken ook mee:

  • hoeveel extra uren je gaat werken;
  • hoeveel je netto extra verdient;
  • hoeveel extra kinderopvang je nodig hebt;
  • hoeveel kinderopvangtoeslag je ontvangt;
  • of je opvangorganisatie boven de maximale uurprijs rekent;
  • en wat er gebeurt met andere toeslagen wanneer je gezamenlijke inkomen stijgt.

Voor 2026 kun je hiervoor een proefberekening van de kinderopvangtoeslag maken. De Rijksoverheid verwijst hiervoor naar de rekentool van de Belastingdienst.

De conclusie?

Meer werken betekent meestal meer salaris, maar het bedrag dat je daadwerkelijk overhoudt kan flink verschillen. Zeker als je een jong kind hebt dat meerdere dagen per week naar de kinderopvang gaat.

Een moeder die twijfelt tussen parttime en fulltime werken, doet er daarom goed aan om niet alleen te kijken naar ‘Wat verdien ik extra?’, maar vooral naar ‘Wat houd ik onderaan de streep over?’

Dat bedrag kan verrassend anders zijn dan het verschil tussen de twee bruto salarissen doet vermoeden.

Beeld: iStock