‘Die korte naam van mijn collega, sorry, maar zo noem je je dochter toch niet?’
Ik moet eerlijk zijn: de eerste keer dat ik de naam Brett hoorde, was ik niet meteen overtuigd.
Het was de naam van een collega. Een vrouw, trouwens. En elke keer als iemand haar naam riep, dacht ik hetzelfde: Brett? Echt? In mijn hoofd klonk het kort, hard en… tja, een beetje onaf. Alsof er nog iets achteraan moest komen.
En toen zei ik het hardop.
“Sorry, maar zo noem je je dochter toch niet?”
Niet mijn meest charmante moment.
Mijn eerste indruk van de naam Brett
Voor mij voelde Brett in het begin als een typische jongensnaam. Kort, stoer, bijna zakelijk. Ik was gewend aan namen met een zachtere klank of iets meer lengte. Namen die meteen “vrouwelijk” aanvoelen.
Brett paste niet in dat plaatje.
Het was alsof mijn brein moeite had om de naam te koppelen aan hoe ik vond dat een meisjesnaam “hoorde” te zijn.
Hoe één persoon alles kan veranderen
Maar toen gebeurde er iets wat ik niet had verwacht: ik leerde haar beter kennen.
Mijn collega Brett bleek allesbehalve hard of afstandelijk. Ze is juist warm, grappig en ontzettend scherp. Iemand die zonder moeite een ruimte vult, maar ook goed kan luisteren. En langzaam maar zeker gebeurde er iets geks…
De naam begon te kloppen.
Sterker nog: ik kon me op een gegeven moment niet meer voorstellen dat ze anders zou heten. Brett wás gewoon Brett.
Wennen aan wat anders is
Wat deze ervaring me leerde, is hoe snel we oordelen over namen die we niet gewend zijn.
Alles wat buiten de standaard valt, voelt eerst “raar”. Te kort, te stoer, te anders. Maar dat zegt eigenlijk meer over onze eigen referentiekaders dan over de naam zelf.
Want laten we eerlijk zijn: hoeveel namen vinden we tegenwoordig normaal die ooit ook vreemd klonken?
Grappig genoeg is mijn antwoord inmiddels veranderd.
Waar ik eerst zonder twijfel “nee” zei, denk ik nu: waarom eigenlijk niet?
Door mijn collega heeft de naam een compleet andere lading gekregen. Geen harde klank meer, maar een naam met persoonlijkheid. Met inhoud.