‘De kattige manier waarop de juf tegen mijn zoon praat, vind ik gewoon kwetsend’
‘Hij zit in groep 5 en is acht jaar oud. Een gevoelig kind, een denker, iemand die eerst kijkt en dan pas doet. Thuis praat hij honderduit, stelt hij vragen over het heelal en verzint hij de meest fantastische verhalen. Maar sinds een paar maanden zie ik iets veranderen. Hij wordt stiller als het over school gaat. Voorzichtiger. Alsof hij op zijn woorden moet letten.
“De juf was weer boos,” zegt hij dan. Of: “Ik deed het weer niet goed.”
In het begin wuifde ik het weg. Kinderen beleven dingen nu eenmaal grootser dan ze zijn. Een strenge toon is niet meteen een probleem. Een leerkracht heeft tenslotte een klas van bijna dertig kinderen en moet orde houden. Dat begrijp ik. Echt.
Maar wat ik niet begrijp, is de kattige manier waarop ze tegen hem praat.
Ik zag het voor het eerst tijdens een klassenpresentatie. Ouders achterin het lokaal, kinderen trots naast hun werkstuk. Mijn zoon stond daar met rode wangen en trillende handen. Hij was zijn eerste zin kwijt. Nog voordat hij de kans kreeg om adem te halen, klonk het: “Nou, als je niet voorbereid bent, had je misschien beter niet kunnen beginnen.”
Het was de toon. Kort. Snijdend. Geen ruimte om te herstellen.
Ik zag hem kleiner worden.
Sindsdien hoor ik vaker van die zinnen. “Dit weet je toch al?” “Nu moet je écht eens beter opletten.” “Zo moeilijk is het niet.” Misschien zijn het losse opmerkingen in een drukke dag. Misschien bedoelt ze het niet zo. Maar voor een kind dat onzeker is, komen ze binnen als mokerslagen.
Hij is geen druktemaker. Geen kind dat de boel op stelten zet. Hij is juist degene die zichzelf de schuld geeft. Als iets niet lukt, denkt hij dat hij dom is. Als de juf zucht, denkt hij dat hij haar teleurstelt.
En ik? Ik zit ’s avonds naast zijn bed terwijl hij vraagt of hij “gewoon niet slim genoeg” is.
Dat breekt mijn hart.
Begrijp me goed: ik verwacht geen constante lofzang. Kinderen moeten leren omgaan met correcties, met feedback, met grenzen. Maar er is een wereld van verschil tussen duidelijk zijn en kleinerend. Tussen streng en snauwend. Tussen corrigeren en beschamen.
Wat me misschien nog het meest raakt, is dat woorden van een leerkracht zoveel gewicht hebben. Zwaarder dan die van mij. Als ík zeg dat hij het goed doet, haalt hij zijn schouders op. Maar als de juf zegt dat hij niet oplet, dan is dat de waarheid.
Ik heb lang getwijfeld of ik er iets van moest zeggen. Je wilt niet die ouder zijn. Niet degene die overal een probleem van maakt. Leerkrachten hebben het al zwaar genoeg. Maar wanneer is zwijgen geen begrip meer, maar nalatigheid?
Onlangs heb ik een gesprek aangevraagd.
Niet om met beschuldigingen te strooien. Niet om haar neer te zetten als ‘de boze juf’. Maar om te vertellen wat het met mijn zoon doet. Hoe haar toon hem raakt. Hoe hij steeds meer op zijn tenen loopt. Misschien is ze zich er niet van bewust. Misschien ziet ze hem als een kind dat een zetje nodig heeft, terwijl hij eigenlijk veiligheid nodig heeft.
Ik hoop op begrip. Op samenwerking. Op een klaslokaal waar hij fouten mag maken zonder angst voor een sneer.
Hij is niet haar favoriet, dat is wel duidelijk. Maar kwetsend is dat soms wel’.